Leerlingbegeleiding

Mentor

In ons systeem van leerlingbegeleiding is een prominente rol toebedeeld aan de mentor van een klas. De mentor is het aanspreekpunt voor de leerling, maar ook voor de ouders. Alle informatie om de leerling zo goed mogelijk te begeleiden ligt bij de mentor, zodat hij of zij goed kan reageren op iedere leerling afzonderlijk. De mentor is ook voor de ouders de eerste contactpersoon als ze vragen hebben of een gesprek willen hebben.

 

Decaan

De decaan helpt je bij het maken van keuzes op het gebied van sectorkeuze of profielkeuze in de onderbouw. Daarnaast begeleidt hij leerlingen bij het kiezen van de juiste vervolgopleiding.

 

Zorg

Het Merletcollege draagt in de regio verantwoordelijkheid voor het in stand houden van een zo breed mogelijk onderwijsaanbod voor leerlingen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Wij bieden onze leerlingen een veelzijdige vorming, waarbij aandacht voor zowel cognitieve, als culturele, sociaal-maatschappelijke en creatieve vaardigheden. Onderwijs betekent zowel leren met je “hoofd” als met “hand en hart”.

 

Het onderwijs en de begeleiding op onze school zijn vóór alles motiverend, zowel onderwijsinhoudelijk als pedagogisch-didactisch. Onderwijs en begeleiding, geïntegreerd in de dagelijkse lespraktijk, zijn zodanig ingericht dat leerlingen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige persoonlijkheden. De leerlingen worden gestimuleerd verantwoordelijkheid te dragen voor het vormgeven van het eigen leerproces en voor de keuzes die daarvoor nodig zijn. Om dit te bereiken is er naast een gevarieerd en breed onderwijsaanbod een uitgebreid systeem van leerlingbegeleiding. Dit is enerzijds actief waar het de oprechte zorg voor de leerling aangaat en anderzijds toegespitst op hulp bij het zelfstandig oplossen van sociaal-emotionele problemen, bij keuzeproblemen en bij studie- en leerproblemen.

 

Extra begeleiding

De school biedt hulp aan de leerlingen die op een bepaald gebied extra ondersteuning nodig hebben. Natuurlijk kent de leerlingbegeleiding op onze school grenzen. Zodra professionele externe hulp nodig blijkt, verwijzen wij door naar de juiste instanties. Hierbij spelen de schoolarts, de orthopedagoog, de zorgcoördinator en de schoolmaatschappelijk werker een belangrijke rol.

 

  • Dyslexie
    Alle brugklasleerlingen maken in het begin van het schooljaar een dictee. Naar aanleiding van een foutenanalyse en gegevens van de basisschool wordt bepaald welke leerlingen in aanmerking komen voor extra begeleiding op het gebied van woordbeeld en spelling. Via de orthopedagoog van de school en een extern bureau kan er een uitgebreide dyslexietest plaatsvinden. Leerlingen met een dyslexieverklaring worden begeleid door de dyslexiecoach. Ook worden speciale afspraken met de leerlingen gemaakt, die met name bij toetsen van belang zijn. Deze afspraken kunnen zaken betreffen als tijdverlenging, leesliniaal, vergroot schrift en het gebruik van Claroread,, een effectief programma voor leerlingen met taalproblematiek.
  • Faalangstreductietraining
    Naar aanleiding van de gegevens van de basisschool, de uitslag van de schoolvragenlijst en de bevindingen van de vakdocenten wordt in overleg met de leerling en ouders besloten of de leerling gaat deelnemen aan de faalangstreductietraining. Deze cursus wordt op school door een speciaal hiervoor opgeleide docent gegeven.
  • Sociale vaardigheidstraining
    De sociale vaardigheidstraining is bedoeld voor leerlingen die een aantal sociale vaardigheden missen of op een verkeerde manier gebruiken. Het betreft:
    - leerlingen die contact vermijden;
    - leerlingen die contact met leeftijdsgenoten vermijden;
    - leerlingen die opvallen door hun gedrag in hun leefomgeving;
    - leerlingen die niet adequaat reageren op complimentjes, op-/aanmerkingen enz.

    De training wordt gegeven door speciaal hiervoor opgeleide docenten van onze school. Na overleg met leerling en ouders vindt een intake plaats. Naar aanleiding van dit gesprek wordt besloten al dan niet tot plaatsing voor de training over te gaan.
  • Remedial teaching
    Voor lwoo-leerlingen is er, indien nodig, speciale individuele hulp of ondersteuning in groepen door een remedial teacher. De zorgcoördinator, de mentor, de vakdocent en eventueel de orthopedagoog overleggen over het aan te bieden hulptraject.

 

Zorgcoördinator

Op elke vestiging is een zorgcoördinator aangesteld. Hij/zij houdt zich bezig met het zorgbeleid en de hulpverlening op school voor die leerlingen die extra zorg en begeleiding nodig hebben, zodat ze zorg op maat kunnen krijgen.

 

Schoolarts

In de tweede klas worden de leerlingen door de schoolarts of de sociaal verpleegkundige onderzocht op houding, ogen en oren.

 

Orthopedagoog

Voor leerlingen met specifieke leer- en/of gedragsproblemen kan een beroep gedaan worden op de aan school verbonden orthopedagogen. Zij zijn in het bijzonder belast met de zorg voor de mavo- en vmboleerlingen met een lwoo-beschikking.

 

Zorgadviesteam

Vijf tot zes keer per jaar vindt overleg plaats over leerlingen met bijzondere problemen. Aan dit overleg nemen deel: de adjunct-directeuren van de verschillende afdelingen, de zorgcoördinator, de orthopedagoog, de schoolmaatschappelijk werker, een medewerker van de GGZ, de schoolarts of de sociaal verpleegkundige, de politie en de leerplichtambtenaar. In het overleg worden leerlingen besproken en worden afspraken gemaakt met betrekking tot de begeleiding van die leerlingen.

 

Zorgbeleidsteam

De zorgcoördinatoren van de vier vestigingen en de orthopedagogen overleggen zes tot acht keer per jaar met het directielid met zorg in de portefeuille. In het zorgbeleidsteam wordt het beleid uitgezet, besproken en geëvalueerd.

 

Vertrouwenspersoon

Het komt voor dat leerlingen te kampen krijgen met problemen die veroorzaakt worden door ziekte, door verstoorde relaties, door pesterijen, door seksuele intimidatie of mishandeling, maar ook zijn er leerlingen die denken slachtoffer te zijn van racistische vooroordelen of zich anderszins slachtoffer voelen. In dergelijke gevallen is het goed dat een leerling over zijn ervaringen kan praten met iemand die hij vertrouwt. Dat zou op de eerste plaats natuurlijk de mentor kunnen zijn, de adjunct-directeur of een van de docenten. Maar hij kan in ieder geval terecht bij de externe vertrouwenspersoon.

Wie een beroep doet op deze vertrouwenspersoon, kan erop rekenen dat niets van het besprokene wordt doorverteld zonder toestemming van de betrokkene. De vertrouwenspersoon kan door zowel medewerkers als leerlingen geraadpleegd worden.

 

De vertrouwenspersonen voor het Merletcollege zijn Bernard Hoogstede en Marleen Radermacher. Zij zijn te bereiken via telefoonnummer (0412) 45 02 28 van bureau Opdidakt in Heesch.

 

 

Op de afzonderlijke sites van de vestigingen staan de gegevens van genoemde medewerkers vermeld.